Verandering in de zorg begint bij persoonlijke verhalen

In de afgelopen raadsvergadering is er veel gezegd over de wijze waarop burgers gevraagd en ongevraagd advies kunnen geven over het werk van de gemeente in het sociale domein. Cliëntenparticipatie.
 

Het voorstel van het college om nog eens drie jaar door te gaan met het huidige experiment is door de raad afgewezen. Het college en de gemeenteraad gaan eerst in gesprek om te horen welke ideeën er zijn om inspraak van burgers anders te regelen.

 

Cliëntenparticipatie betekent het betrekken van cliënten, familie en verwanten bij beleidsontwikkeling en vernieuwingen. Een gemeente zou daarmee beter weten wat de hulpvraag is vanuit haar inwoners. Het klinkt allemaal zo simpel maar de praktijk is weerbarstig. Zoals het college schrijft, spelen er verschillende zaken waardoor de optimale situatie die op papier staat niet uit de verf komt.

 

Cliënten zeggen niet zo makkelijk wat ze echt willen. Ze denken dat er weinig ruimte is voor kritiek op het beleid dat gericht is op nabijheid en zelfredzaamheid. Cliëntenparticipatie lijkt een hoge drempel te hebben, ondanks de keukentafel gesprekken.  

Als cliënten hun wensen uiten, dan is het vervolgens belangrijk wat ermee gebeurt. Er is een relatie tussen de uitkomst van het uiten van wensen en de beslissing om een volgende keer wel of niet mee te doen. Wanneer de gemeente laat zien wat ze met de keukentafelgesprekken doet, dan zien cliënten zich betrokken en gewaardeerd én blijven ze meedoen.

Hoe moet het anders met cliëntenparticipatie? Daar is geen toverformule voor. Wat duidelijk is dat de gemeente meer zou kunnen doen in het begeleiden en ondersteunen van burgers zodat zij de waarde van inspraak beseffen en tot inspraak zullen overgaan. En ik, jij en wij als burgers moeten groeien om te beseffen dat dat wat wij zeggen ook andere mensen raakt. Het draait om de mensen en het beleid is het middel. Het gaat er om hoe wij geholpen willen worden. Dat wij de gemeente aanwijzingen geven hoe wij ons zelf sterker en weerbaarder kunnen maken. Hoe wij de zorg voor elkaar, op afstand en van dichtbij willen organiseren.

'Je gaat het pas zien als je het doorhebt', is een typische Cruijff-uitdrukking. Het is wel heel treffend. Wanneer de sfeer open en vertrouwd is, zullen mensen zich veilig voelen en hun verhalen vertellen. Hun wensen persoonlijk uiten als ze goed contact met medewerkers hebben. Of via een andere omdat ze wellicht zich schamen of niet goed uit de woorden komen.

 

Waarom denkt GroenLinks dat daarmee de zorg beter wordt? Mensen die het zelf meemaken vertellen vaak hele andere verhalen dan stapels beleidsstukken. Door hun jarenlange ervaring voeden zij het beleid met ideeën hoe je iets beter, goedkoper en efficiënter aan kunt pakken. Grote lacunes in het beleid, menselijke fouten en waar beleid niet werkt, blijken het beste uit de praktijk. Die kleine dingen moeten we blijven zien en we moeten ons bewust zijn van wat het betekent voor mensen die zorg nodig hebben. Let wel: dit betekent niet dat enkel negatieve verhalen of klachten gedeeld moeten of hoeven te worden. Juist ook positieve verhalen en ervaringen kunnen de zorg beter maken. Delen wat goed gaat kan inspiratie geven aan anderen en zorgverleners en professionals sterken in het werk dat zij dagelijks doen.